Auteur: Alex Passchier
Deel artikel
Interview met arts en ethica Babette Rump

“Als toegepast filosoof ben je op zoek naar olifantenpaadjes”

In de hoogtijdagen van de coronapandemie zaten medici goed in het zadel. Filosofen hadden het nakijken, letterlijk en figuurlijk. Had dat anders gekund, had dat anders gemoeten? Wat is eigenlijk de rol van een toegepast filosoof in de publieke gezondheid? Ik sprak hierover met Babette Rump, arts Maatschappij en Gezondheid.

Vertel eerst iets over jezelf: wie ben je en wat doe je? 

“Ik heb geneeskunde gestudeerd en ben gespecialiseerd in het bestrijden van infectieziekten. Dat doe ik buiten het ziekenhuis, in de maatschappij. Ik kijk naar hoe het belang van een geïnfecteerd persoon zich verhoudt tot het belang van anderen. Toen ik met dat werk begon, kreeg ik steeds meer waarde-vragen en waarom-vragen: ethische vragen. Daarop heb ik subsidies gezocht om deze vragen te onderzoeken. Uiteindelijk heb ik diverse ethiekprojecten gedaan, heb ik een pre-master filosofie gevolgd en ben ik bij het RIVM gepromoveerd op het onderwerp ethisch verantwoorde zorg aan mensen die dragers zijn van een resistente bacterie.”

Heeft jouw beweging naar de filosofie je veranderd? 

“Ja, heel erg. Ik had het niet zien aankomen, maar ik ben een pad op gegaan dat geen terugweg kent. Terwijl ik mij in de ethiek verdiepte, begon ik te begrijpen hoe de geldende principes mijn vak als arts bepaalden en hoe deze mijn denken kleurden. Ik begon het belang van de waarom-vraag in te zien en vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen. Inmiddels zie ik mezelf de witte jas en de stethoscoop niet meer oppakken. Als uitvoerend arts ben je heel handelingsgericht. Dat gaat bij mij niet altijd goed samen met ethische reflectie.”

Maar klinisch artsen hebben toch ook vaak genoeg te maken met ethische vraagstukken?

“Uiteraard, maar impliciet. Op de vrijdagmiddag is er misschien ruimte voor een moreel beraad, maar ík ervaar die dingen al op de maandagmorgen.”

“Kijk, het verschil zit ‘m hierin. Aan de ene kant heb je wat wij ‘spreekkamerethiek’ noemen. Dat gaat over een ethische kwestie betreffende één patiënt. Bijvoorbeeld over de basisprincipes van de biomedische ethiek van Beauchamps en Childress, zoals respect voor autonomie en het schadebeginsel. Artsen worden daarin geschoold en de ethiek zit ingebakken in hun handelen. Aan de andere kant heb je de public health ethics. Dat is het domein waarin infectiebestrijding plaatsvindt: het publieke domein. Je kiest niet tussen enkele alternatieven waarin je het belang van een patiënt afweegt, maar je hebt een spectrum aan keuzes die allemaal invloed hebben op de publieke gezondheid. Kijk bijvoorbeeld naar de dialoog over dwang en drang rondom de coronavaccinatie. De ethische keuzes gaan over veel meer dan alleen het medische belang van een persoon. Deze keuzes gaan over de hele samenleving.” 

Wat is volgens jou de toegevoegde waarde van een toegepast filosoof in deze complexiteit van public health ethics?

“Toegepast filosofen kunnen expliciteren en structuur aanbrengen in ethische denkprocessen en besluitvorming. Het gaat om het kunnen pinpointen waar de wetenschap stopt en waar het waardeoordeel begint. Welke onderliggende vooraannames zitten daaraan vast en passen die daar wel? Tijdens corona gaat het vaak over solidariteit. Maar hoe verhoudt solidariteit zich tot andere waardes als vrijheid? En wat verstaan we eigenlijk onder solidariteit? Is solidariteit iets principieel nastrevenswaardigs of is het eerder welbegrepen eigenbelang?” 

“Dat zijn vragen die nu nog moeilijk gesteld kunnen worden. In Nederland zijn we handelingsgericht: we nemen graag besluiten. Natuurlijk wordt er goed nagedacht door instanties als het RIVM, de Gezondheidsraad en het ministerie. Maar de ethische afwegingen blijven vaak impliciet. En dat maakt het moeilijk kritisch te zijn en je af te vragen of we het juiste doen. We hebben een ethisch denkkader nodig voor beslissingen in de publieke gezondheid.” 
Vrijheid-veiligheid
Dat klinkt als pionieren. Klopt dat? 

“Ja, dat denk ik wel. Ik ben blij dat ik een beroepsmatige basis als medisch specialist heb. Dat maakt het makkelijker om in debat te gaan met het beslissende werkveld. Ik kan me voorstellen dat een pure filosoof bedreigender aanvoelt.”

Welk advies heb jij voor toegepast filosofen die net als jij aan het pionieren zijn, in welk werkveld dan ook? Waar moeten we rekening mee houden?

“Wees je bewust van de speelruimte die je als filosoof of ethicus hebt om vragen te kunnen stellen. Het veld waarin ik werkzaam ben, de infectiebestrijding, is behoorlijk gereguleerd door middel van regels, protocollen, hiërarchieën en (bedrijfs)culturen. Als je de spelregels daarvan niet onderkent, loop je het risico dat je jezelf buitenspel zet.”

“Een mooi voorbeeld hiervan komt uit het ziekenhuis. Ik wilde daar het gesprek op gang brengen over het isoleren van mensen met een resistente bacterie en over hoe we deze mensen willen verzorgen. Je kunt je namelijk echt afvragen of hier een aangepaste behandeling gerechtvaardigd is. Gaandeweg kwam ik tot de conclusie dat wanneer je een groep betrokken zorgverleners bij elkaar zet, er aan het woord van de hoogleraar vaak veel waarde wordt toegekend. De onderlinge hiërarchische verhoudingen staan een vrij gesprek en open ethische reflectie vaak in de weg. Wij hebben toen van de ethische vraagstukken cartoons gemaakt en deze opgehangen. Daarmee deden we een beroep op de non-verbale intuïtie van de zorgmedewerkers en ontweken we de verbale hiërarchie. Ik zie die cartoons als olifantenpaadjes waarmee we om de bestaande structuren heen bewegen. Als toegepast filosoof be je op zoek naar zulke olifantenpaadjes.”

En als je al buitenspel staat, wat doe je dan? Ik denk bijvoorbeeld aan het OMT, waar filosofen of ethici nauwelijks aan het woord kwamen.

“Tsja, dat is heel moeilijk. Tegelijkertijd begrijp ik dat ook wel. Ik denk dat het te maken heeft met het nemen van beslissingen. Verantwoordelijkheid dragen voor moeilijke beslissingen is echt heel pittig. Mensen die dergelijke keuzes moeten maken, hebben zekerheid nodig. Dan is het heel vervelend als mensen gaan tornen aan de fundamenten van jouw zekerheid. En dat is toch wat ethici en toegepast filosofen doen, zij het dan met de beste intenties.”

“Er zijn nou eenmaal momenten waarop er geen ruimte is voor vragen en daar moet je als toegepast filosoof mee om kunnen gaan. Waar ik wel enorm van geschrokken ben, is dat er überhaupt geen ethisch kader of draaiboek klaar lag voor code zwart. We zagen deze pandemie van verre aankomen en we hebben een enorme kans laten liggen om ons voor te bereiden op ethische vraagstukken.”

Dus het gaat eigenlijk ook om timing. De toegepast filosoof doet voorbereidend werk als het rustig is, zodat beslissers in the heat of the moment betere keuzes kunnen maken?

“Inderdaad. En evalueren natuurlijk, als de grootste drukte voorbij is. Hebben we inderdaad de juiste keuzes gemaakt? En zo niet: welke waarden zijn met elkaar in conflict geraakt? Hadden we de waarden wel scherp en wat leren we daarvan voor nu en voor de toekomst?”

Preventie en evaluatie. Klinkt logisch, maar toch voelt dat onbevredigend. Je wilt toch ook tíjdens de crisis van invloed zijn? Denk bijvoorbeeld aan Marli Huijer die na de sluiting van de verpleeghuizen al snel met een publieke filosofische reflectie kwam over kwaliteit van leven.

“Ja, daar zeg je wat. Ik vond dat een heel mooi stuk. Misschien is dit de vraag: in hoeverre kun je jezelf in de publieke ruimte uiten terwijl je als ethicus of toegepast filosoof in dienst bent van een organisatie of instantie? Organisaties zitten niet altijd te wachten op medewerkers die in het openbaar ethische reflectie toepassen. Natuurlijk wil de ethicus in mij het maatschappelijke gesprek op gang brengen, maar tegelijkertijd ben ik ook gebonden aan de belangen van mijn werkgever. Ik weet niet hoe dat is in de zakelijke wereld, maar in de gezondheidszorg moet je daar echt mee om kunnen gaan.”

“En ik zal je eerlijk zeggen dat ik dat ook moeilijk vind hoor. Het lijkt nu of er maar twee smaken zijn: je gaat of aan de zijlijn heel hard roepen of je doet mee. Maar als je meedoet, doe je dat volgens de regels van het spel. En beide smaken zijn het eigenlijk net niet. Daar ligt volgens mij dé uitdaging voor het vak van toegepast filosoof: het verwerven van een autonome, onafhankelijke positie om ethische reflectie te bevorderen.”
Babette-Rump-arts-en-ethica

Dr. Babette Olga Rump is arts Maatschappij + Gezondheid, profiel infectieziektebestrijding. Zij combineert haar medische basis met ethiek (moraalfilosofie) om ethische vragen te stellen in het belang van het publieke welzijn. Net als voormalig HTF-docent André Krom heeft Babette bij het RIVM aan ethische vraagstukken gewerkt. Tijdens de coronapandemie was ze o.a. werkzaam voor de GGD-en de Gezondheidsraad.

Geef een reactie

Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Neem contact op met de redactie van Phronèsis Magazine
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Fusce vel nisl sed ligula ornare rhoncus ut eu eros. Sed tristique vehicula maximus.
Contact opnemen
paperclipcamera-videobookmagnifiercrossmenu
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram